-
1. Ontrouw in monogame relaties (40–70% kans): Uit onderzoek van Geneviève Beaulieu-Pelletier (Universiteit van Montreal) bleek dat “de kans dat iemand vreemdgaat tijdens een relatie varieert tussen de 40% en 76%” . Met andere woorden, bijna de helft tot driekwart van de mensen gaat mogelijk vreemd in de loop van een monogame relatie.
Referentie: University of Montreal (2008). Infidelity Dissected: New Research on Why People Cheat. ScienceDaily, 13 september 2008. (Samenvatting van Beaulieu-Pelletier’s studie)
2. Scheidingspercentages in de jaren ’80 – monogame vs. niet-monogame relaties (beide ~20%): Een longitudinaal onderzoek in de jaren 1980 vond geen significant verschil in het scheidingspercentage tussen consensueel niet-monogame huwelijken en monogame huwelijken . Met andere woorden, open huwelijken waren niet minder stabiel dan conventionele huwelijken; beide groepen vertoonden ongeveer 20% kans op echtscheiding in de onderzochte periode.
Referentie: Rubin, A. M., & Adams, J. R. (1986). Outcomes of sexually open marriages. Journal of Sex Research, 22(3), 311–319. DOI: 10.1080/00224498609551311 .
3. Monogamie als norm in slechts 43 van 238 samenlevingen: Antropologisch onderzoek ondersteunt deze bewering. In de Ethnographic Atlas van George P. Murdock werd gevonden dat monogamie in slechts 43 van de 238 bestudeerde samenlevingen de norm was . Met andere woorden, polygamie (met name polygynie) kwam in de meeste culturen historisch vaker voor dan strikte monogamie als dominante gezinsvorm.
Referentie: Rubin, R. H. (2001). Alternative family lifestyles revisited, or Whatever happened to swingers, group marriages and communes? Journal of Family Issues, 22(6), 711–726. DOI: 10.1177/019251301022006003 .
4. Drie golven van niet-monogamie volgens Elisabeth Sheff: Sociologe dr. Elisabeth Sheff beschreef drie historische “golven” van consensuele niet-monogamie in de Verenigde Staten – in de 19e, 20e en 21e eeuw . De eerste golf (19e eeuw) betrof onder meer de vrije liefde-beweging (bijv. de Oneida-gemeenschap); de tweede golf (midden 20e eeuw) omvatte o.a. de swingers en communes; de derde golf (eind 20e en 21e eeuw) betreft de opkomst van polyamorie en moderne open relaties.
Referentie: Sheff, E. (2012). Three Waves of Non-Monogamy: A Select History of Polyamory in the United States(blogpost, 9 september 2012) – en Sheff, E. (2022). The Second Wave of Consensual Nonmonogamy in the U.S.Psychology Today, 12 april 2022.
5. Toename van online zoekopdrachten naar “polyamorie” en “open relatie” (2009–2016): Een analyse van Google Trends liet een sterke groei in interesse voor deze termen zien in het afgelopen decennium. Met name het aantal zoekopdrachten gerelateerd aan polyamorie en open relaties nam aanzienlijk toe tussen 2006 en 2015 . Dit duidt erop dat het grote publiek steeds meer informatie zoekt over relatievormen buiten de traditionele monogamie.
Referentie: Moors, A. C. (2017). Has the American public’s interest in information related to relationships beyond “the couple” increased over time? Journal of Sex Research, 54(6), 677–684. DOI: 10.1080/00224499.2016.1178208 .
6. Relatie- en seksuele tevredenheid in CNM (consensueel niet-monogame) vs. monogame relaties: Onderzoek van Terri Conley en collega’s toont aan dat mensen in consensueel niet-monogame relaties een vergelijkbare – en in bepaalde opzichten zelfs hogere – mate van tevredenheid ervaren vergeleken met mensen in monogame relaties. Zo is de relatietevredenheid in het algemeen vergelijkbaar voor beide groepen , terwijl seksuele tevredenheid onder polyamoristen in sommige studies significant hoger bleek dan bij monogame mensen . Deze bevindingen weerspreken het stereotype dat niet-monogame relaties per definitie minder vervullend zouden zijn.
Referentie: Conley, T. D., Matsick, J. L., Moors, A. C., & Ziegler, A. (2017). Investigation of consensually nonmonogamous relationships. Perspectives on Psychological Science, 12(2), 205–232. DOI: 10.1177/1745691616667925 .
7. Seriële monogamie komt vaker voor in de natuur (Barash & Lipton, 2001) – en recent bewijs: In The Myth of Monogamy documenteerden David Barash en Judith Lipton dat echte, levenslange monogamie zeldzaam is in het dierenrijk. De meeste diersoorten die lang als “monogaam” werden beschouwd, houden er in werkelijkheid een vorm van seriële monogamie op na of bedriegen hun partner als zich een kans voordoet . Recent wetenschappelijk bewijs onderschrijft dit: slechts ~9% van de zoogdiersoorten vormt sociaal monogame paarbanden . (Ter vergelijking: bij vogels komt sociale monogamie veel vaker voor, hoewel ook daar buitenechtelijke paartjes voorkomen.)
Referentie: Barash, D. P., & Lipton, J. E. (2001). The Myth of Monogamy: Fidelity and Infidelity in Animals and People. New York: W.H. Freeman – en Lukas, D., & Clutton-Brock, T. H. (2013). The evolution of social monogamy in mammals. Science, 341(6145), 526–530. DOI: 10.1126/science.1238677 .
8. Review in Huisarts Nu – welzijn, jaloezie, etc. in monogamie vs. CNM: Een overzichtsartikel in Huisarts Nuconcludeerde dat er geen grote verschillen zijn in psychologisch welzijn, relatie- en seksuele tevredenheid, jaloezie enstabiliteit tussen monogame en niet-monogame koppels . Met andere woorden, mensen in consensueel niet-monogame relaties zijn gemiddeld net zo gelukkig en geestelijk gezond als mensen in monogame relaties, ze hebben vergelijkbare relatieduur en -stabiliteit, en ervaren jaloezie in vergelijkbare mate (hoewel de aanleiding tot jaloezie kan verschillen) als monogame partners. Deze bevindingen benadrukken dat niet-monogame relatievormen op zichzelf niet minderwaardig zijn aan monogamie op het vlak van relatiekwaliteit of welzijn.
Referentie: Platteau, T., & Apers, L. (2019). Relaties 2.0 in de spreekkamer – Hoe niet-monogame relatievormen ter sprake brengen? Huisarts Nu, 48(6), 290–293.